Stuurmethodes

We onderscheiden de doorgeef- en de overpakmethode.

De doorgeefmethode verdient de voorkeur. De overpakmethode kan echter goed worden gebruikt bij snel sturen met lage snelheden, bijvoorbeeld tijdens het wegrijden na het parkeren of tijdens het omkeren door middel van steken in 3 keer.

Bij het terugsturen het stuurwiel met beide handen begeleiden tot de wielen weer in de rechtuit stand staan. Bij het achteruit rijden mag het bovenlichaam dusdanig gedraaid worden dat de rechterhand het stuur niet meer vast heeft.

Van een goede stuurhouding is sprake wanneer

1.       het stuurwiel niet krampachtig met beide handen wordt vastgehouden

2.       met de handen een stand van ongeveer ’kwart voor drie’ wordt ingenomen

3.       de armen/ellebogen licht gebogen zijn

4.       de handen aan de buitenkant van het stuurwiel zijn geplaatst.

Opmerkingen

1.       het op de deur laten rusten van de linkerarm vermijden. Dat kan de bewegingsmogelijkheden ten opzichte van het stuur beperken

2.       beide handen aan het stuur houden, tenzij de schakelhandel, handrem of schakelaars bediend worden

3.       draaien aan het stuur, waarbij de beide handen elkaar kruisen vermijden. Dit beperkt namelijk de stuurmogelijkheden.

4.       niet binnenhandssturen, dus de handen buiten om het stuur vasthouden en sturen en niet van binnenuit sturen.