Bocht achteruit leren rijden

Achteruitrijden van een aangegeven bocht doe je zo:

Bij deze verrichting gaat het om de volgende drie elementen:

1)      het behoorlijk in rechte lijn achteruitrijden en aansluitend op dat achteruitrijden;

2)      op een correcte wijze een bocht naar rechts rijden.

3)   na de bocht opnieuw enige afstand in rechte lijn achteruitrijden.

 

Wijze van uitvoering (voertuigbeheersing)

  • Stoppen op een afstand van ongeveer 50 cm van de rechter rijbaankant; ongeveer 10 m voorbij de bocht. Daarbij de wielen in de “ rechtuit-stand” brengen;
  • Koppelingspedaal intrappen;
  • Achteruitversnelling inschakelen;
  • Indien gewenst kan de rechterarm over de rechterleuning van de stoel gelegd worden, om een beter zicht op de weg te hebben
  • Koppeling laten opkomen onder gelijktijdige geringe verhoging van het toerental (gastoevoer);
  • Recht achteruitrijden en oriënteren op de rechter rijbaankant, waarbij de auto evenwijdig gehouden dient te worden aan die rijbaankant;
  • Snelheid zodanig regelen dat afwijkingen bij de uitvoering tijdig kunnen worden onderkend en gecorrigeerd, terwijl er toch in een vloeiende lijn wordt gereden;
  • Het corrigeren gebeurt door middel van kleine stuurbewegingen;
  • Juist voordat het begin van de kromming van de bocht is bereikt, insturen en de kromming van de bocht volgen door te kijken door de achter- en zijruit;
  • Bij het uitkomen van de bocht, het verloop van de rijbaankant volgen, door het stuur terug te draaien. Daarbij blijven kijken door de achterruit;
  • Recht achteruit blijven rijden tot een afstand van ongeveer 5 m na de bocht.

 

Kijkgedrag

Voor en tijdens het achteruitrijden goed opletten!

Voordat met de verrichting wordt begonnen, moet de bestuurder zeker weten of de manoeuvre kan worden uitgevoerd zonder gevaar of hinder te veroorzaken voor andere weggebruikers.

Bij deze bijzondere verrichting is het kijkgedrag voor het achteruitrijden als volgt: het verkeer rondom de auto observeren.

Hierbij moet de bestuurder gebruik maken van de beschikbare spiegels en het goed over de schouders kijken.

  • Voordat de neus van de auto naar het midden van de rijbaan zwenkt:
    moet de bestuurder naar voren, in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder kijken;
  • Tijdens het achteruitrijden: niet zo gefixeerd naar de te rijden bocht kijken dat naderend verkeer niet wordt opgemerkt.

Voor laten gaan

  • Ander verkeer voor laten gaan.

Dit geldt ten opzichte van alle weggebruikers, ongeacht uit welke richting zij naderen!

 

Belangrijk:

Tijdens de oefening regelmatig voorspiegel, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en over de schouders kijken!