Haaientandenbord

Het bord B6 betekend letterlijk het volgende: Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Het witte driehoek in het midden lijkt op een haaientand vandaar dat we dit bord ook wel haaientandenbord noemen.

Voetgangers die van links en rechts komen zijn geen bestuurders en hebben ook geen voorrang als jij rechtdoor gaat rijden.

Mocht het zicht slecht zijn of er komt een bestuurder aan waarvoor je moet stoppen, dan kun je om de doorstroming te bevorderen de voetganger wel voor laten gaan. Geef in dat geval met je hand aan dat ze door mogen lopen.

Welke versnelling kies je? De bestuurders op de doorgaande weg hebben voorrang dus wij moeten rustig naderen met een snelheid rond de 25km/per uur en dat doen we in de 2e versnelling.

Schakel dus tijdig naar de 2e versnelling en bepaal of het zicht goed en vrij is om door te rijden.

Als het zicht aan 1 van beide kanten niet goed is of er komt een bestuurder aan waarvoor je moet stoppen om voorrang te verlenen, dan stop je voor de haaientanden en schakel je terug naar de 1e versnelling.

Omdat het haaientandenbord levensgevaarlijk en belangrijk is bespreken de 2 opties nog een keer:

Optie 1 Het zicht naar links en rechts is goed en het is vrij dan rij je door in de 2e versnelling.

Optie 2 Het zicht is slecht of er komt een bestuurder aan van links of rechts, stop dan voor de haaientanden en schakel terug naar de 1e versnelling. Wacht tot het vrij is en steek dan vlot over.

Hoe moet je kijken?

Naar voren: Om je rijroute te bepalen en te bepalen waar je wel of niet veilig kunt stoppen.

Je kunt bijvoorbeeld niet op een smalle middenberm stoppen, want dan steekt de auto uit. In dit geval moet je eerst naar rechts kijken of het vrij is en daarna naar rij je voorzichtig naar voren om naar links te kijken of het vrij is. Zodra het aan beide kanten vrij is steek je het kruispunt vlot over.

In je binnenspiegel: Om te bepalen wie er achter je rijdt, hoeveel afstand ze houden en hoe snel ze naderen. Als je dit weet dat kun je bepalen of je harder kunt remmen als er niemand achter je rijdt of dat je voorzichtiger moet remmen als er een auto vlak achter je rijdt.

In het laatste geval kun je eerder lichtjes remmen zodat de bestuurders achter je de remlichten kunnen zien zonder dat je te veel afremt. Zo kunnen ze alvast afstand van je houden of met je mee remmen.

Kijk naar links: Om te bepalen of het verkeer van links stopt. Vergeet niet om je dode hoek te kijken door met je hoofd een beetje naar links of rechts te bewegen.

Kijk weer naar voren: Om je rijroute te bepalen. Hierdoor voorkom je dat de auto gaat slingeren. Kijk wel zover mogelijk naar voren. Bepaal ook waar je wel of niet veilig kunt stoppen, blokkeer hierbij geen kruispunten!

Kijk naar rechts: Om te bepalen of je moet stoppen om voorrang te verlenen. Vergeet niet om je dodehoek te kijken om met je hoofd een beetje naar links of rechts te bewegen.

Mocht je midden op het kruispunt bevinden en zie je een bestuurder aankomen geef dan snel gas om het kruispunt vrij te maken.

Blijf deze kijktechnieken herhalen totdat je het kruispunt veilig overgestoken hebt.