Rechts afslaan

Elke dag gebeuren er wel ongelukken bij het rechts afslaan, ongelukken die gemakkelijk voorkomen kunnen worden. Als men zich maar aan de richtlijnen houdt, die je tijdens de rijlessen geleerd hebt. Om veilig rechts af te slaan, moet je een aantal stappen ondernemen. Leer ze goed uit je hoofd, want je moet vaker afslaan dan je erg in hebt.

Bedenk de volgende stappen bij het rechts afslaan:

1. Mag / kan ik wel rechts afslaan?

Kijk dus goed naar voren om dat te bepalen. Let op verkeerstekens, borden en obstakels.

2. Kijk bewust.

Kijk van afstand al naar voren en naar achteren vanuit je binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechter schouder of je gevaar ziet aankomen ( fietser, bromfietser, auto, voetganger, etc). Kijk of je het overige verkeer niet hindert of in gevaar brengt bij het afslaan. (Rechtdoor op de zelfde weg gaat voor!)

3. Richting geven

Nadat je gekeken hebt over je rechter schouder geef je richting aan naar rechts!

4. Voorsorteren

Kijk tijdig of je zoveel mogelijk aan de rechterzijde van de rijbaan kan voorsorteren.Het voorsorteren is vereist in situaties, waarbij door niet voor te sorteren: – een onveilige situatie ontstaat of kan ontstaan;

– een vlotte doorstroming van het verkeer wordt of kan worden belemmerd.Door voor te sorteren bij het rechts afslaan, wordt voorkomen dat achteropkomend verkeer meer dan noodzakelijk wordt gehinderd bij het inhalen. Maak ruimte voor elkaar! Controleer in je linker en rechter buitenspiegel of je voldoende ruimte hebt.

5. Terug schakelen voor de bocht

De tweede versnelling (voor een haakse bocht) is meestal de ideale versnelling voor het nemen van bochten. Je voorkomt hiermee dat je te hard door de bocht gaat, waardoor je gevaar of hinder op het kruispunt veroorzaakt. Dus pas je snelheid aan door tijdig af te remmen en tijdens het remmen terug te schakelen en je koppeling op te laten komen tot het aangrijpingspunt. Als laatste laat je de voetrem los, hiermee bepaal je uit eindelijk de juiste snelheid om gecontroleerd door de bocht te gaan.

6. Nacontrole (nog een keer kijken)

Kijk tijdens het afremmen van links naar voren en naar rechts naar de kruisende weg.

Kijk ook naar voren, in je binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder. Vraag het volgende af:

– Zie ik iemand aankomen die rechtdoor wilt gaan op de zelfde weg?

– Moet ik voorrang verlenen? Of verleent men aan mij voorrang?

– Is het overzichtelijk? (Zo niet dan moet je de snelheid aanpassen en eventueel stoppen.)

– Staan er obstakels / is er file op de weg die ik insla (denk aan het blokkeren van een kruispunt zoals een fietsstrook of voetgangers oversteek plaats)

– Controleer de verkeerslichten of je het recht doorgaande verkeer (bestuurders en ook voetgangers) voor moet laten gaan. (Soms hebben ze een rood verkeerslicht en dan moeten ze wachten)

– Kijk extra ook goed over je schouder naar een eventueel fietspad dat niet direct tegen de rijbaan aan ligt.

– Kijk goed de weg in die je in wilt rijden of er iemand aan het inhalen is en op jou weghelft rijdt! Houdt hier altijd rekening mee, want een frontale aanrijding is levensgevaarlijk.

7. Sturen

De bocht zodanig nemen dat je op je eigen weghelft blijft en zover mogelijk (naar de horizon) voor je uit kijken.

8. Snelheid

Indien nodig en het zicht is goed iets gas geven, zodat je met een trekkende motor door de bocht gaat. Bij slecht zicht voorzichtig door de bocht!

9. Ver vooruit kijken en terug sturen

Zorg ervoor dat je op tijd terug stuurt naar links, tot de wielen recht staan. Als je te kort kijkt te laat terug stuurt, vertoon je slingerend weggedrag en dat is niet goed.

10. Controleer het verkeer achter je!

Kijk na de bocht in je binnenspiegel en linkerbuitenspiegel. Hiermee controleer je of er iemand met hoge snelheid jou nadert of inhaalt. In dat geval kan je er rekening mee houden en je snelheid aanpassen. Ga zo snel mogelijk naar het maximum snelheid, als de omstandigheden dat toelaten. Door ver vooruit te kijken (naar de horizon), kan je dat bepalen. Kijk dus zo ver mogelijk de straat uit!