De video is nog niet beschikbaar, maar je kunt hieronder wel alvast de stappen van dit lesonderdeel lezen.

Voetgangersoversteekplaats (VOP), Zebrapad

Korte richtlijnen om een voetgangersoversteekplaats (VOP) te naderen en oversteken:

  1. Kijk ver vooruit en scan met je ogen van voren naar links en weer naar voren en rechts of je een VOP ziet en controleer of je voetgangers ziet aankomen in de richting van de oversteekplaats.
  2. Zodra je een VOP ziet kijk je in je binnenspiegel om te bepalen of je veilig kunt stoppen. Anders moet je rustiger naderen als het zicht niet goed is.
  3. Stop altijd veilig om voorrang te verlenen. Ook al stoppen de voetgangers voor de oversteekplaats, jij moet stoppen en tegen de voetgangers zeggen dat ze over mogen steken. Dat doe je door oogcontact te maken en met je hand een gebaar te geven dat ze mogen oversteken.
  4. Ga de voetgangers niet afsnijden door snel vlak voor hun door te rijden, anders krijg je een ingreep en dan ben je vaak gezakt. Dus maak geen voorrangsfouten!

Voetgangersoversteekplaats

Een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) is herkenbaar aan de in dwarsrichting van de rijbaan, fietspad of fiets-/bromfietspad aangebrachte markering die bestaat uit brede witte en donkere strepen. Deze oversteekplaats wordt meestal aangeduid door bord L2.

Naderen en voor laten gaan

Alle bestuurders -ook van trams- moeten een voetgangersoversteekplaats voorzichtig naderen. En voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, die hierop oversteken of kennelijk op het punt staan dit te doen, voor laten gaan. Vaak wordt u door het bord J22 gewaarschuwd, dat u een voetgangersoversteekplaats nadert.

Deze verplichting geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen en voorrangsvoertuigen. Als u van een daartoe bevoegd en als zodanig herkenbare verkeersbrigadier de aanwijzing krijgt om te stoppen, dan bent u verplicht deze aanwijzing op te volgen.

Als bij de voetgangersoversteekplaats ook voetgangerslichten in werking zijn, dan geldt de ‘zebra-bescherming’ niet, maar gelden de voetgangerslichten. Voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen moeten zich dan richten naar die verkeerslichten. Als in plaats van het rode licht een geel knipperlicht in de vorm van een waarschuwingsdriehoek brandt mogen zij op eigen risico oversteken.

Zij moeten wel al het overige verkeer ter plaatse voor laten gaan, ook het afslaande verkeer. Het overige verkeer houdt met dit oversteken waarschijnlijk geen rekening, omdat het verkeerslicht voor hun op de rijbaan op groen staat. Voetgangers kunnen uiteraard altijd wachten op het groene voetgangerslicht -dat gehandhaafd blijft- zodat zij rustig en veilig kunnen oversteken.

Inhalen verboden

Het is verboden een voertuig vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats links of rechts in te halen. Dit verbod geldt ook voor bestuurders van trams. De overstekende weggebruikers moeten er zeker van kunnen zijn dat -als een bestuurder hen voor laat gaan- niet een andere bestuurder het gestopte of langzaam naderende voertuig inhaalt. En hen zo toch in gevaar brengt!