Hoe gaat het Praktijkexamen in zijn werk?

Bij het CBR gaan wij (lees: jij en je rij-instructeur) op het vastgestelde tijdstip naar de examinator toe om kennis te maken. Jij moet je geldige legitimatiebewijszelfreflectieformulier en oproepkaart tonen. De examinator controleert jou gegevens en legt aan tafel uit hoe het examen verloopt. Hij vertelt onder andere het volgende in het kort:

  • Dat je zelfstandig moet gaan rijden, dus waar het kan en mag het maximum snelheid aanhouden. Rij zoals je geleerd hebt in de les en ga niet anders rijden!
  • Hij zal tijdig zeggen dat je rechtsaf of linksaf moet gaan. Hoor je niets dan volg je de doorgaande weg net als in de les.
  • Je krijgt geen opdrachten om in te gaan halen. Dat moet je uit jezelf gaan doen als het kan en mag! Kijk regelmatig in je binnenspiegel of het mogelijk is om in te halen. Als je achter een vrachtwagen rijdt op de snelweg en je kunt en mag harder rijden, ga er dan voorbij! Anders kunnen ze ervoor laten zakken. Maar kan het niet dan moet je het ook niet doen. Bijvoorbeeld op een weg waar je zelf ingehaald wordt of er een tegenligger aan komt.
  • Zelf naar alle borden, tekens op het wegdek en verkeerslichten kijken en aan de regels houden.
  • Zelf naar de signalen van andere weggebruikers kijken. Let dus op knipperlichten en remlichten! Kijk altijd ver vooruit, dan zie je veel meer en heb je minder stress.
  • Mocht een opdracht niet duidelijk zijn vraag het gerust nog een keer.

Na dit gesprek vertellen wij of ik (je rij-instructeur) wel of niet mee ga tijdens examen. Jij mag dat bepalen, bespreek dat van te voren af met je rij-instructeur.

Daarna lopen we naar buiten. Op de parkeerplaats moet je een kenteken lezen van een stilstaande auto, op een afstand van ongeveer 25 meter, voor je ogentest.

Bij dit examen wordt soms vooraf de werking van de remlichten en de richtingaanwijzers gecontroleerd.

Jij moet hiervoor achter het stuur plaats nemen, en het contact aan te zetten zonder te starten. Vervolgens wordt aan jou verzocht de richtingaanwijzers aan te zetten en het rempedaal in te trappen, om de werking van de remlichten te controleren. Soms vragen ze of je het dimlicht aan wilt zetten en aan wilt houden.

Hiernaast wordt nog een aantal onderdelen van het voertuig bij de voorbereidings- en controlehandelingen betrokken. Soms vraagt de examinator of je de motorkap wilt openen en krijg je een aantal vragen erover. Of je krijgt vragen over de autobanden / knopjes in de auto / verlichting / zithouding / etc… Dus als je iets niet weet vraag het aan je rij-instructeur zodat je tijdens het examen niet met een mond vol tanden blijft zitten!

Na de vragen ga je pas rijden als de examinator dat aangeeft. Hij controleert tijdens de rit of je voldoende verkeersinzicht beheerst om straks zelfstandig veilig te gaan rijden. Dus kijk ver vooruit en breng niemand in gevaar!

Belangrijke tips!:

Rij zoals je tijdens je lessen geleerd hebt je rij-instructeur heeft je verteld wat goed is en wat fout is. Zorg dat je zo min mogelijk fouten maakt. Helemaal fout loos gaat het toch niet, maar dat is ook niet erg. Zolang je maar geen ernstige fouten maakt en niemand in gevaar brengt. Lees hieronder de belangrijkste tips goed door. Dit zijn onderdelen waar ze extra op gaan letten. Dat moet wel zoveel mogelijk fout loos gaan.

Kijk zoals je rij-instructeur jou geleerd heeft denk vooral aan de volgende richtlijnen:

Kruispunten:

  1. Op tijd de indelingen van de rijstroken bepalen.
  2. Weten wie er voorrang heeft. Om je snelheid te kunnen bepalen.
  3. Voorzichtig rijden als je voorrang moet verlenen.
  4. Vlot rijden als je voorrang hebt.
  5. Niet onnodig gaan stoppen of afremmen als je voorrang hebt.
  6. Naar voren, links, voren en rechts kijken of je veilig kan oversteken.
  7. Ook in je binnenspiegel kijken tijdens het naderen van het kruispunt, om te bepalen of je kan stoppen.Het liefst niet van rijstrook wisselen op een kruispunt, omdat je anders te veel moet kijken. Zoals links en rechts kijken bij het kruispunt zelf en je moet nog eens kijken of je veilig van rijstrook kunt wisselen.
  8. Het liefst niet van rijstrook wisselen op een kruispunt, omdat je anders te veel moet kijken. Zoals links en rechts kijken bij het kruispunt zelf en je moet nog eens kijken of je veilig van rijstrook kunt wisselen.

Afslaan naar rechts of links:

  1. Bij elke afslag opnieuw Compleet gaan kijken! Voor, Binnenspiegel, Voor, Buiten spiegel en over je schouder voordat je richting aan geeft (zoals je geleerd hebt in de lessen). Vergeet de na-controle niet voordat je gaat sturen! (na-controle = nog een keer compleet kijken)
  2. Voorrang verlenen als dat moet! Denk aan fietsers en voetgangers die rechtdoor gaan op de zelfde weg!

Rijstrook wisselen:

  1. Stapsgewijs gaan kijken zoals je geleerd hebt en voordat je over een lijn gaat! (bekijk het lesonderdeel rijstrook wisselen)
  2. Niet te vroeg richting aan geven. (Zeker niet als er iemand met een te hoge snelheid aankomt!)

Snelweg:

  1. Voldoende snelheid maken. (zo snel mogelijk even hard rijden)
  2. Compleet kijken. Dus eerst naar voren kijken dan in je binnenspiegel dan weer naar voren, buitenspiegel en over je schouder.

Bochten:

  1. Netjes gaan sturen in een bocht. Dus netjes op je eigen rijstrook uitkomen!
  2. Niet in een bocht van rijstrook gaan wisselen, schakelen of inhalen.
  3. Niet gaan slingeren, kijk dus ver vooruit waar je naar toe moet sturen.
  4. Met de juiste snelheid en versnelling door elke bocht.
  5. Niet met ingetrapte koppeling door een overzichtelijke bocht! Schakel dus op tijd terug.

Inhalen voorbij gaan:

  1. Fietsers, bromfietsers, voetgangers en overige obstakels met ruime afstand inhalen of voorbij gaan (1 tot 1,5 meter)! Dit is mede afhankelijk van je snelheid.
  2. Heb je niet veel ruimte dan moet je langzamer rijden om te kijken of je ze niet in gevaar brengt. Controleer de spiegels of ze voldoende ruimte hebben van het object.
  3. Niet in een bocht gaan inhalen als het zicht heel slecht is en je niet kan zien of er tegenliggers aankomen. Doe dat dus voor de bocht of na de bocht!

Vervolgens worden 2 bijzondere verrichtingen tijdens de examenrit uitgevoerd. De examinator heeft de keuze uit de volgende mogelijkheden:

  • Omkeer opdracht;
  • Parkeer opdracht;
  • Stop opdracht;
  • Hellingproef;

De verrichtingen worden niet direct achter elkaar uitgevoerd. Mocht je 1 van de oefeningen niet goed uitvoeren dan hoef je daarop niet te zakken, maar dan moet het kijken wel goed zijn! Tijdens de examenrit wordt zowel binnen als buiten de bebouwde kom gereden.

Het B-examen duurt in totaal 55 minuten. Waarvan het rijden ongeveer 35 minuten betreft.

Denk ook aan het (op de juiste wijze) in- en uitstappen bij het CBR, omdat dat ook tot het examenonderdeel ‘Bijzondere verrichtingen’ behoort. Dus goed kijken bij het in- en uitstappen voordat je de deur open doet!