Opschakelen

Opschakelen bij de volgende snelheden:

Opschakelen tussen 2000 en 2500 toeren per minuut en dat komt overeen met onderstaand tabel:

Tussen  0 km/pu en 20 km/pu = 1e versnelling
Tussen 20 km/pu en 40 km/pu = 2e versnelling
Tussen 40 km/pu en 50 km/pu = 3e versnelling

(bij lange rechte stukken hoger/groter 50km/pu = >2000 toeren dus mag je naar 4e versnelling schakelen)

Opschakelen gaat als volgt:

Laat het gaspedaal los en tijdens het loslaten trap je het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar je gewenste versnelling. Laat het koppelingspedaal opkomen tot het aangrijpingspunt (het zelfde punt zoals bij het wegrijden) en geef voldoende gas (de motor niet laten loeien, maar wel genoeg gas geven om snel door te rijden). Als de afstand tussen jou en je voorligger groter wordt moet je meer gas geven. Let wel op het maximum toegestane snelheid!

In de vorige instructiefilm heb je kunnen zien hoe je de versnellingspook vast houdt om te schakelen naar de juiste versnelling.

Bij veel rijinstructeurs hoef je nog geen pedalen (Gas, Rem en Koppeling) te gebruiken, want dat doet de rijinstructeur voor je. Soms wilt de rijinstructeur dat je wel het gaspedaal erbij gaat gebruiken, dus leg ik het alvast uit wat je moet doen.

In deze les leg ik je uit wanneer je moet schakelen.

Als je eenmaal wegrijdt en snelheid begint te maken door meer gas te geven, gaan de toeren omhoog. Om snel en zuinig te kunnen rijden is het noodzakelijk om tijdig naar een hogere versnelling te schakelen. Schakel daarom zo vroeg mogelijk naar een hogere versnelling het liefst tussen de 2.000 en 2.500 toeren. Dit geldt voor zowel benzine-, diesel- als LPG-auto’s.

In de vorige les hebben we “Regel 1” in het leven geroepen om te kunnen schakelen.

Het gaspedaal moet los zijn en het koppelingspedaal dient volledig ingetrapt te zijn, waarna je naar de 1e versnelling kunt schakelen.

Voor het wegrijden gebruiken we “Regel 2”:

Eerst een beetje gas geven (1000 tot 1500 toeren), dan een beetje de koppelingspedaal op laten komen, daarna meer gas geven en het koppelingspedaal meer oplaten komen.

Bij het opschakelen gebruiken we beiden regels en dat doen we als volgt: als de koppelingspedaal los is en de toerenteller staat tussen 2000 toeren en 2500 toeren, dan schakelen we naar de volgende versnelling door de volgende stappen toe te passen:

Regel 1:

Laat het gaspedaal los en trap het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar de 2e versnelling door de versnellingspook naar links te duwen en rustig naar achteren te trekken.

Na het schakelen passen we weer regel 2 toe om verder te rijden:

Regel 2:

Geef eerst een beetje gas en laat het koppelingspedaal een beetje op komen, daarna geeft u meer gas en laat u het koppelingspedaal meer los en dit blijft u herhalen totdat de koppelingspedaal helemaal los is.

Tussen 2000 en 2500 toeren herhalen we de handelingen om naar de 3e versnelling door te schakelen.

Regel 1: Laat het gaspedaal los en trap je het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar de 3e versnelling door de versnellingspook naar voren te duwen, even los te laten en weer naar voren te duwen.

Na het schakelen passen we weer Regel 2 toe om verder te rijden: geef eerst een beetje gas en laat het koppelingspedaal een beetje opkomen, daarna geeft je meer gas en laat je het koppelingspedaal meer los en dit blijf je herhalen totdat de koppelingspedaal helemaal los is.

Tussen 2000 en 2500 toeren herhalen we de handelingen om naar de 4e versnelling door te schakelen.

Regel 1: Laat het gaspedaal los en trap het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar de 4e versnelling door de versnellingspook naar achteren te trekken, even los te laten en weer naar achteren te trekken.

Na het schakelen passen we weer Regel 2 toe om verder te rijden: geef eerst een beetje gas en laat het koppelingspedaal een beetje opkomen, daarna geef je meer gas en laat je het koppelingspedaal meer los en dit blijf je herhalen totdat de koppelingspedaal helemaal los is en je linkervoet links op het plateautje plaatst.

Tussen 2000 en 2500 toeren herhalen we de handelingen om naar de 5e versnelling door te schakelen.

Regel 1: Laat het gaspedaal los en trap je het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar de 5e versnelling door de versnellingspook naar voren te duwen dan naar rechts en weer naar voren.

Na het schakelen passen we weer Regel 2 toe om verder te rijden: geef eerst een beetje gas en laat de koppelingspedaal een beetje opkomen, daarna geef je meer gas en laat je het koppelingspedaal meer los en dit blijf je herhalen totdat je koppelingspedaal helemaal los is.

Tussen 2000 en 2500 toeren herhalen we de handelingen om naar de 6e versnelling door te schakelen.

Regel 1: Laat het gaspedaal los en trap je het koppelingspedaal vlot en geheel in. Schakel naar de 6e versnelling door de versnellingspook naar rechts te houden en naar achteren te trekken.

Na het schakelen passen we weer Regel 2 toe om verder te rijden: geef eerst een beetje gas en laat het koppelingspedaal een beetje opkomen, daarna geef je meer gas en laat je het koppelingspedaal meer los en dit blijf je herhalen totdat de koppelingspedaal helemaal los is.

Er kunnen situaties voor doen waar u vlotter moet optrekken dan gebruikelijk zoals kruispunt snel oversteken, inhalen of invoegen op de snelweg.

Om vlotter op te trekken dient u meer gas te geven en laat het koppelingspedaal vlot tot het aangrijpingspunt op komen. Daarna geeft u nog meer gas en laat u geleidelijk het koppelingspedaal verder opkomen. Schakel hierbij door tussen 3000 en 3500 toeren. Dit kan per merk en type auto verschillen. Vraag je rij-instructeur, bij hoeveel toeren u het beste kunt schakelen om snel naar de maximum snelheid te kunnen gaan.