Terugschakelen leren

Terugschakelen op rechte rijstroken:

Als je afremt en je komt onder de volgende snelheden (Controleer dat door even naar je snelheid te kijken) schakel dan terug naar de juiste versnelling voordat je de koppeling loslaat.

5e versnelling naar 4e bij een snelheid onder de 70 km/pu

4e versnelling naar 3e bij een snelheid onder de 40 km/pu

3e versnelling naar 2e bij een snelheid onder de 30 km/pu

2e versnelling naar 1e bij een snelheid onder de 10 km/pu

Dus als je na het afremmen naar je snelheid kijkt en je wilt in de juiste versnelling wegrijden gebruik dan de onderstaande tabel als richtlijn:

0 – 10 km/pu = 1e versnelling kiezen
10 – 30 km/pu = 2e versnelling kiezen
30 – 50 km/pu = 3e versnelling kiezen
50 – 70 km/pu = 4e versnelling kiezen
70 -100km/pu = 5e versnelling kiezen

Terugschakelen bij bochten:

Als je op de snelweg rijdt en je wilt uitvoegen. Aan het einde van de afrit zie je een overzichtelijke maar wel scherpe bocht (meestal aangegeven door grote rode pijlen) schakel dan voor de bocht naar de juiste versnelling.

Je kunt de onderstaande tabel hiervoor gebruiken:

5e versnelling naar 4e bij een snelheid onder de 70 km/pu;

4e versnelling naar 3e bij een snelheid onder de 60 km/pu;

Terugschakelen gaat als volgt:

1. Kies een punt voor de bocht waar je klaar wilt zijn met terugschakelen en het koppelingspedaal los laten.

2. Rem geleidelijk af naar het gekozen punt voor de bocht.

3. Terwijl je aan het remmen bent schakel je terug naar de juiste versnelling en daarna laat je geleidelijk het koppelingspedaal opkomen tot het aangrijpingspunt. Je voel dat de auto afremt op de motor.

4. Laat het rempedaal pas los als je snelheid goed is om veilig de bocht te nemen. Mocht je nog te hard rijden, rem dan meer af voor de bocht. Let op als je te hard rijdt heb je de kans dat je uit de bocht vliegt! Dus zorg dat je geen zwaarte kracht in de bocht voelt en maak op tijd een juiste inschatting hoe scherp een bocht is.